dinsdag 26 juli 2016

Nog een keertje boswilgen stekken.

Ik had al eens geschreven over het stekken van de boswilg (Salix caprea). Ook afgelopen winter heb ik er weer een aantal gestekt. En wilde mijn ervaringen delen.

Ik was vrij laat met stekken, zo eind november begin december 2015. De bomen verloren vorig jaar vrij laat hun blad en ik wilde de wilgen wel de kans geven normaal in winterrust te gaan. Bij een enkel exemplaar waarvan het blad al vrij los zat heb ik het handmatig verwijderd. Verder heb ik ook een stek genomen van een oudere struik waar ik geen snelgroeiende twijgen in vond. Zodoende ook eens stek genomen van minder sterk gegroeide scheut. Stekken heb ik gezet in een mengsel van oude potgrond en zand uit de tuin. De potgrond ligt al een jaar of wat buiten en is deels overgroeid, maar kan nog veel vocht vasthouden en voldoet als groeimedium.
De stekken hebben uiteindelijk de gehele winter buiten gestaan op een enigszins beschutte plek. Ik heb ze in mijn herinnering maar 1x water water gegeven. Eind maart 2016 begonnen de eerste stekken uit te lopen. Geen enkele stek is afgestorven gedurende de winter.
Ik was van plan om ze dit jaar toch wat langer in de pot door te laten groeien, zodat ze toch wat forser zijn als ze geplant worden. Daarvoor zal ik ze wel moeten bemesten. Vorig jaar heb ik een aantal bewortelde stekken in de volle grond geplant en een paar in de pot gehouden. Uiteindelijk waren degenen die in de pot doorgroeiden wel het stevigst. Verder zijn van de stekken die ik uitgeplant had er diverse de winter niet doorgekomen. Terwijl degenen, die ik in de pot had door laten groeien en aan het begin van de winter heb geplant, prima uitlopen.
Alles lijkt zijn voor en nadelen te hebben en ik ben nog een beetje zoekende. Planten in de volle grond hebben in principe meer voeding tot hun beschikking, maar lijken gevoelig voor weersomstandigheden, vooral droge periodes. Planten in pot moet je weer voeding geven en moet je goed in de gaten houden. Ook dan is uitdroging een gevaar. Ik geef planten in pot vaak een badje zodat de kluit goed water op kan nemen. Vaak voor een minuut of 10 tot 20, daarna laten uitlekken.
Overigens heb ik in het verleden ook wel grote stukken langlot van ongeveer een meter direct hun plek gestekt. En dat ging weer wel goed. Dat was overigens in een natte winter.
13 april 2016. Stekken zijn al wat aan het uitlopen.

Op de foto de linker 2 potjes zijn de stekken van een wat oudere struik. Aan deze struik vond ik geen snelgroeiende scheuten en of langlot. Duidelijk is te zien dat het "andere" twijgen zijn. Verder hebben ze ook geen duidelijke knoppen. 

Maar ondanks dat er geen knoppen zijn lopen de stekken wel uit op adventief knoppen. Althans 2 van de 6 stekken laten groei zien. En het gaat duidelijk minder enthousiast als de stekken genomen van de sterker gegroeide scheuten.  Verder moet ik eerlijk toegeven dat ik me niet herinner of ik hier de bloemknoppen heb uitgebroken. Ik vermoed van wel. Uiteindelijk overleeft maar 1 van deze 6 stekken. Snel gegroeide scheuten lijken beter geschikt om te stekken dan traag gegroeide scheuten. Heb je geen snelgroeiende scheuten. Neem dan wat meer stekken om uiteindelijk je plant te krijgen.

27 april 2016. Uitlopen van boswilg stek op een adventief knop. Dit is een een stek van een traag groeiende scheut!

dinsdag 24 mei 2016

Van zaad tot plantje, de laurierwilg.

Dit is een klein experiment om een indruk te krijgen hoe de kieming van de laurierwilg, Salix pentandra, eruit ziet. Dit omdat bij de laurierwilg dingen iets anders verlopen dan bij de meeste andere wilgen hier in Nederland.
Bij de meeste andere soorten wilgen is er vroeg in het voorjaar bloei. Na een dag of 40 is het zaad rijp en wordt het los gelaten. Kiemrust is er niet, dus zodra het zaad op een gunstige plek land begint de kieming.  En in de loop van het jaar groeit het uit tot een kleine plant.
De laurierwilg bloeit wat later in het jaar en laat haar zaad los in het najaar.
Ik was vooral nieuwsgierig naar of het zaad kiemrust kent en hoe het de winter door komt.

Wat ik heb gedaan en waargenomen.
Bestuiving; zo vanaf 3 mei 2015 stonden bij mij de laurierwilgen in bloei. Ik heb een grote vrouwelijke struik en wat stekken waar mannelijk exemplaren tussen bleken te zitten. Dit was ook de eerste keer dat ik een mannelijke bloeiwijze zag, maar dat terzijde. Ik heb in de vrouwelijke struik een aantal katjes gelabeld en deze met pollen van de stekken bestoven. Heb hiervoor onder ander met pollen aan een penseel heen en weer gelopen want ze stonden niet naast elkaar. Bovendien openen niet alle meeldraden van de mannelijke katjes zich tegelijk. Later toen de katjes ver openstonden deze ook wel geplukt en langs de vrouwelijke katjes geveegd.
Na de bloei was het wachten, ik had geen idee wanneer ik het zaad kon verwachten.  Uiteindelijk werd het zaad losgelaten op 21 en 22 september 2015. Gedurende de zomer sprong er wel eens een zaaddoosje open, maar voor zover ik na kon gaan kwam er geen kiemkrachtig zaad vrij.

23 september 2015. Het zaad is losgelaten. De donkere puntjes zijn de zaadjes. Het witte spul is het zaadpluis waarmee de zaadjes normalitair door de wind meegenomen worden.

24 september 2015 heb ik gezaaid in een kleine maat bloempotjes. Het pluis met zaad vastgeplakt op het groeimedium. Dit op een koele lichte plek weggezet in een koude kas.  De bloempotjes in een melkwitte plastic bak met deksel tegen uitdroging. Buiten verwachte ik teveel problemen met slakken en wateroverlast. Zo hoop ik dan enigszins de natuurlijke kiem omstandigheden na te bootsen terwijl ik goed in de gaten kan houden wat er gebeurt.

24 september 2015. Zaaien doe ik door het pluis met de zaadjes vast te plakken op het groeimedium

Het zaad begint gelijk te kiemen. Al ontwikkelt het zich veel langzamer dan wat ik eerder bij andere gezaaide wilgen zag. Rond 25 oktober 2015 hebben de meeste kiemplantjes naast hun 2 kiemblaadjes ook 1 "echt" blad. Rond 27 november 2015 zijn er vaak 2 echte blaadjes.  Maar lengte groei heeft nauwelijks plaats gevonden. Plantjes zijn nog geen centimeter hoog.

18 november 2015.

Gedurende december zie ik de blaadjes vergelen en verdwijnen. Eerlijk gezegd had ik de indruk dat de plantjes afstierven.
Maar! 28 januari 2016 blijken de plantjes allemaal nog te leven! Op miniscule steeltjes verschijnen kleine groene puntjes. Inspectie met een loupe geeft duidelijkheid. Ze lopen inderdaad uit. Vaak hangen de oude blaadjes dood, verdort en schimmelig langs het steeltje. Blijkbaar zijn deze jonge plantjes al in staat om in winterrust te gaan. Ik zorg ervoor dat ze een lichtere plek krijgen zodat ze optimaal van het daglicht kunnen profiteren.  Ze stonden wat in een beschaduwde hoek.

2 februari 2016. Nog geen centimeter groot lopen de plantjes uit. Nog herkenbaar zijn de oude blaadjes van vorig jaar.

Ik heb er geen idee van hoeveel de kiemplantjes van de laurierwilg aan milieu omstandigheden kunnen verdragen. Uiteindelijk was de winter van 2015 2016 erg zacht in Nederland. Maar het lijkt erop, dat het in winterrust gaan op jonge leeftijd prima gaat.
Omdat ik de laurierwilg niet ken in zijn natuurlijke leefmilieu, wil ik verder niet ingaan over het waarom de laurierwilg dit zo doet. Ikzelf ken eerlijk gezegd geen enkele echt wilde laurierwilg, laat staan een wilde zaailing. Helaas! Maar het fascineert me wel.
Ik ga de plantjes uiteraard proberen op te kweken.

donderdag 7 april 2016

Salix Humboldtiana

Laatst heb ik een vriend in Argentinië bezocht. Daarbij wilde ik uiteraard ook proberen de Salix humboldtiana te leren kennen. Het is voor zover ik weet de enige inheemse wilg in Argentinië.
Salix humboldtiana is een vertegenwoordiger van de sectie HUMBOLDTIANAE, of het subgenus Protitea. Is afhankelijk van welke sleutel/classificatie die je gebruikt.
Kenmerkend voor deze sectie zijn de knopschubben. Knopschubben zijn in principe bladeren die wat van vorm en functie zijn veranderd. Bij andere secties zijn de knopschubben vergroeid tot een soort van kapje. Het blad is als het ware opgerold om de inhoud van de knop heen en langs de rand weer vergroeid. Bij de sectie HUMBOLDTIANAE is de bladrand niet vergroeid maar liggen de bladranden los over elkaar heen. Deze overlappende randen liggen aan de stengelkant van de knop. Om het te zien moet je een knop er dus eigenlijk af halen. Ik heb deze eigenschap mogen zien maar het was te klein om te fotograferen. Ik heb een loupe (10x) gebruikt om het te bekijken.

Het was even zoeken. Ik heb in Argentinië Bariloche en Buenas Aires bezocht. Bij Bariloche veelvuldig een andere wilg aangetroffen die me sterk de indruk gaf zeer homogeen te zijn. Ik vermoed iets wat zichzelf kloont en spontaan uitbreidt. Waarschijnlijk iets van S. x fragilis. 
Niet echt relevant, maar toch een foto van hem of haar.
 
Detail knop en steunblaadje. Steunblaadjes die overigens vrij makkelijk loslieten. Foto: Joaquin Foressi.

Foto: Joaquin Foressi

Na enig navragen en speuren bleken de dichtsbijzijnde exemplaren van Salix humboldtiana ongeveer 200 km verderop te staan. Ongeveer daar waar we net 2 dagen eerder waren geweest. Gelukkig vond mijn reisgenoot uit dat ze ook voorkwamen in het "Reserva Ecológica Costanera Sur" bij Buenas Aires. En daar waren ze inderdaad makkelijk te vinden. Bij deze wil ik Alejandro, Victor en Joaquin ontzettend bedanken voor hun speurwerk en advies. En voor haar speurwerk eerder in Costa Rica, dank aan Arlette.
Even voor het idee, we waren daar 6 maart 2016, Nazomer in Argentinië, zuidelijk halfrond.

En natuurlijk wat foto's van Salix humboldtiana. 

Nog onrijpe zaaddoosjes. Foto: Joaquin Foressi.


 
Close up zaaddoosjes. Foto: Joaquin Foressi.



Het kenmerkende lange smalle blad. Foto: Joaquin Foressi.

Detail bladrand. Foto: Joaquin Foressi.

Close up knop. Foto: Joaquin Foressi.

zaterdag 14 november 2015

Kruising, het 2e jaar...

Eerder heb ik geschreven over de kruising die ik had gemaakt tussen een mannelijke katwilg (Salix viminalis) en een vrouwelijke bittere wilg (Salix purpurea).
De jonge planten heb ik in een klein hoekje geplant en verder laten groeien. Ik moet helaas een beetje woekeren met de ruimte want ik had ze graag meer ruimte gegeven, maar dat heb ik gewoon niet. Ze staan dus wat dicht op elkaar. Ik zal kijken of ik ze komende winter wat ruimer weg kan zetten.
Desondanks zijn ze goed gegroeid, wat stormen en ander noodweer overleefd en beginnen ze wat andere kenmerken te tonen. Alle planten hebben hun eigen kleine eigenaardigheden.
Zo tonen een paar planten die sterk gegroeid zijn, aan een aantal tertiare twijgjes, de bekende quasi tegenoverstaande bladstand zoals we dat kennen van de bittere wilg.

Quasi tegenovergestelde bladstand.
Verder verschilt aan de onderkant van de bladeren de tint een beetje van lichter en donkerder groen. Het blauwachtige laagje/waasje wat je bij sommige wilgen wel eens ziet heb ik (nog) bij geen enkel exemplaar gezien. Nerven zijn wat meer of minder nadrukkelijk aanwezig en ook beharing. Sommige planten lijken vrijwel kaal, zeker het oudere blad, terwijl andere behaard zijn. Over het algemeen zijn de toppen het sterkst behaard en neemt de beharing af naargelang de bladeren ouder zijn.

De meest harige van het gezelschap. Overigens zijn de haren wolachtig en niet zijdeachtig zoals je dat bij S. viminalis ziet.


Verder lijken ook de bladranden van de planten wat te verschillen. Sommige vertonen kenmerken van S. viminalis en andere hebben juist een eenvoudig gekarteld randje.

Ik ga het nog weer een jaar aankijken. Ik ben wel iets verrast over de variatie die ik zie. Ik had wat meer homogeniteit verwacht. Nu direct heb ik er niet zo heel veel meer over te melden.

donderdag 8 oktober 2015

Zaadpluis

Wilgen zaadjes zijn klein en voorzien van een harig pluis waarmee ze door de wind verspreid kunnen worden. Laatst liet de laurierwilg (Salix pentandra) uit mijn collectie haar zaad los. De laurierwilg is een wilgensoort die haar zaad in het najaar loslaat. Dit jaar gebeurde dat hier op 21 september. Er waren gedurende de zomer wel eens zaaddoosjes opengegaan, maar daar kwam geen kiemkrachtig zaad uit voor zover ik na kon gaan.
Andere wilgensoorten laten hun zaad veel eerder in het jaar los. De zaadjes moeten landen op een geschikte plek, licht, vochtig en weinig concurrentie, en beginnen te groeien.
Nu ben ik nieuwsgierig hoe de laurierwilg de winter doorkomt. Als zaad of als plantje? Zaaien dus maar weer. Ik kan nu melden dat het zaad gelijk begint te kiemen. Het groeit wat minder hard dan zaaiwerk dat ik in het verleden zag. Maar het groeit.
Verder nog een ding wat opviel. Ik heb het eerder ook al gezien. Het zaadpluis lijkt iets te doen met water. Zie de foto.

Ik heb het nogal uitvergroot, met de mogelijkheden die ik heb, dus de kwaliteit is misschien niet fantastisch. Maar, wat je hier ziet is het zaadpluis met daarin allemaal waterdruppeltjes. Die waterdruppeltjes waren er vlak na het zaaien niet. Zou het pluis dan naast de windverspreiding ook nog een functie hebben in het leveren van vocht aan het kiemende zaad?
Ik moet het antwoord verder schuldig blijven maar het is een fascinerend idee.
De originele foto was overigens deze. Als je zoiets thuis wil bekijken heb je een loep nodig.
foto genomen 28 september 2015.
En zo heb ik het gezaaid op 24 september 2015. Kleine potjes in een melkwitte plastic bak. Met daarop een witte deksel (hier niet getoond) om uitdrogen te voorkomen.

Salix daphnoides, bladsteel en steunblaadje in detail

Toen ik laatst een blik wierp op mijn berijpte wilgen viel me gelijk het opvallende steunblaadje bij de dikke bloemknoppen op. Ik had ook nog wat zitten lezen in het werk van Skvortsov.
Hij beschrijft in de sleutel voor Salix daphnoides. Ik citeer; Petioles embracing floriferous buds become markedly ventricose by fall.
Dat ziet er dan ongeveer zo uit.


Wat hij omschrijft is dat het bladsteeltje bij de bloemknoppen in het najaar wat dikker is. Vergelijk de volgende foto zonder bloemknoppen.


Het geheel ziet er dan nog wat lieflijker uit door de steunblaadjes die als twee engelen vleugeltjes om de knop heen liggen. Typisch aan de steunblaadjes bij S. daphnoides is dat ze vergroeid zijn met de bladsteel. In het Engels wel aangeduid met de term "adnate" wat inhoud dat iets vergroeid is met een andersoortig orgaan. In dit geval de bladsteel.
Nog 1 foto, omdat het er zo leuk uitziet!



Literatuur:
Skvortsov, Alexei K., Willows of Russia and adjacent countries, Taxonomical and Geographical revision. Joensuu: University of Joensuu, 1999.

donderdag 17 september 2015

Zomerstek

Meestal stekken we wilgen in de winter in de vorm van een winterstek (= in rust zonder blad). Dit is het makkelijkst, want je hebt minder risico op uitdrogen en afsterving van je stek. Het is een beproefde methode zeg maar. Maar wat nu als je zomers een plant tegen komt die je graag in je collectie wil hebben om hem later verder te bestuderen. En je bent niet in de positie om later terug te komen. Dan zul je toch een zomerstek (=niet in rust met blad) willen nemen. Hierbij loop je tegen 2 problemen aan. Hoe neem ik mijn stek mee zonder dat het uitdroogt en hoe stek ik het vervolgens zonder dat het uitdroogt.

Als je een stek meeneemt kun je het in een flesje water doen, maar dan loop je het risico dat het blad meer water verdampt dan de stengel opneemt. Het stek heeft tenslotte geen wortels. Ik heb het geprobeerd, maar vind het resultaat maar matig. Bovendien is een flesje niet altijd handig. Bij mij vallen ze altijd om enzo.
Wat goed werkt voor mij is het volgende. Zoek een stek met volgroeide afgeharde bladeren en het liefst geen slappe groeipunten. Knip het stek van de struik en verwijder de onderste bladeren. Deze bladeren heb je niet nodig.

 Rol het direct in wc-papier of andersoortig tissue. Keukenrol werkt zeer goed. 


Diagonaal inrollen werkt handig en je kunt de bladeren goed naar binnen vouwen. 


Leg het stek in een plastic zak en gooi daar wat water bij. Laat het papier zich helemaal volzuigen met water. Gooi het overtollige water weg. Zo is het stek volledig omwikkelt met nat papier en is het vaak meerdere dagen te bewaren. Pas op voor uitdroging, hitte en dergelijke. Ik zoek vaak een lichte (fotosynthese) koele plek, indien mogelijk. 


De plastic zak hoeft niet hermetisch dicht, laat het wat ademen. Het is altijd mogelijk het papier opnieuw te bevochtigen.

Thuisgekomen kun je dan het stekje planten. Wat goed werkt is het volgende.


Neem een bloempot en vul die met potgrond en druk het maar lichtjes aan. Prik het stekje erin tot aan de bodem van de pot. Zet de pot in een bak met water. Een waterdiepte tot ongeveer een derde van de hoogte van de bloempot. Doe over het stek met de bloempot een transparante plastic zak. Er mag wat lucht bij komen. Zet het op een lichte koele plek neer. Vermijd volle zon totdat je merkt dat er wortelgroei is en het stek het hebben kan. Het waterpeil kun je vervolgens rustig laten zakken en de nieuwe wortels passen zich dan geleidelijk aan.
Zomerstek kan soms "diep gaan" zeg maar. Al haar blad verliezen en soms aan de knoppen volledig opnieuw moeten uitlopen. Soms moet je er wat geduld mee hebben en het even laten gaan. Over het algemeen is het zo dat als de twijg niet uitgedroogd of verschimmelt is, er nog hoop is. Ik verwijder het afgevallen blad in verband met schimmelvorming en het geeft overzicht hoe de conditie van het stek nog is.
O ja, bijna vergeten, voor boswilgen Salix caprea werkt dit allemaal niet. Zo is mijn ervaring tot nu toe.

In het algemeen moet je zorgen dat je voorbereid bent. Een pasgeplukte twijg kan al in 10 minuten beginnen uit te drogen!
Met betrekking tot de potgrond. Deze is vaak erg arm aan voedingsstoffen. Dat is goedkoper voor de fabrikant van potgrond. Meng er eventueel nog wat aarde uit de tuin doorheen en geef wat bemesting. Verder zul je later moeten beoordelen of de plant klaar is om buiten de vollegrond in te gaan of dat je het de winter overhoudt en in het voorjaar plant. Mijn ervaring is dat planten die je op deze manier verkrijgt wel wat extra in de gaten moeten worden gehouden. Ze zijn wat fragieler als ze de winter in gaan. Ik kies ervoor om ze de winter over in de pot te laten zitten en ze niet bloot te stellen aan onvoorspelbaar winterweer. Ik gebruik een koude kas, liefst een schaduwplek. Vermijd extremen.

Nog een ander ding. Sinds enige tijd geld er voor de Europese Unie een invoerverbod voor het geslacht Salix. Dit in verband met Xylella fastidiosa een ernstige bacterieziekte. Respecteer dit en neem dus geen planten van buiten de EU mee naar de EU! Succes verder!